In Nederland komen langs de kust twaalf verschillende soorten meeuwen voor die zeemeeuwen worden genoemd, zoals de mantelmeeuw, kokmeeuw en de zilvermeeuw. Dit zijn echter vooral “kustmeeuwen” die nooit ver de zee op vliegen. De drieteenmeeuw, waarvan de latijnse naam rissa tryactyla is, doet dit echter wel. Deze meeuwensoort kan redelijk ver vliegen tot wel enkele tientallen kilometers per dag. Daarom is deze meeuw de enige echte “zeemeeuw”. Alleen tijdens de broedtijd komt hij aan land. De rest van het jaar zijn ze vooral midden op zee aan te treffen en worden ze maar zelden langs de kust gezien. Momenteel zijn er wereldwijd twaalf tot veertien miljoen drieteenmeeuwen. Daarmee is het de talrijkste meeuwsoort ter wereld!

Drieteenmeeuwen vinden hun broedplaatsen bij voorkeur op direct aan zee gelegen steile rotsrichels. Dergelijke plaatsen komen rond de Noordzee voor op de Orkney- en Shetland eilanden. Maar ook langs de Britse noordoostkust en op het Duitse eiland Helgoland. Ze prefereren niet zozeer steile kliffen, maar willen vooral beschermd zijn tegen viervoetige rovers (vossen en ratten). Daarom zijn ontoegankelijke rotseilanden “ideaal”. Uniek is echter dat ze in Newcastle (Engeland) in de stad tot broeden komen. Ze maken hier hun nesten in vensterbanken van huizen, op bruggen en viaducten en op andere structuren waar richels te vinden zijn.
Sinds 2000 broeden er ook drieteenmeeuwen op een klein onbemand platform in de Noordzee. Dit platform voor gaswinning, de L8-P, ligt ongeveer 65 km ten NNW van Texel. De kolonie van de L8-P is dan ook de enige, tot dusverre bekende broedplaats van drieteenmeeuwen in Nederland.

De broedtijd is van begin mei tot half juni. Na 26 tot 28 dagen broeden, door beide oudervogels, komen de jongen uit het ei. Na ongeveer 7 weken kunnen de jongen vliegen.
Het nest bestaat uit zeewier, modder, stukjes plastic en nylontouw wat in zee gevonden wordt. Hierin legt het vrouwtje haar 2 eieren.

De meeuw voedt haar jongen met ongewervelde zeediertjes, kleine visjes, dierlijk planton en soms afval van vissersboten. Hij vangt zijn voedsel door boven het wateroppervlakte te gaan “hangen” en zodra een prooi gezien wordt er op af te duiken.

De drieteenmeeuw is een witte vogel van ongeveer 48 cm groot, met zwarte vleugeltoppen en een spanwijdte van ruim één meter. De snavel is geel en de poten zijn zwart.

In tegenstelling tot de meeste landvogels (die al na 1 jaar geslachtsrijp zijn) worden zeevogels pas op een leeftijd van 5 jaar geslachtsrijp. Er zijn drieteenmeeuwen die wel 21 jaar oud zijn geworden.

Zeevogels verstaan de kunst om het zoute zeewater te gebruiken als drinkwater. Zij kunnen het zout uit het zeewater wegwerken met behulp van twee klieren die in de schedel liggen. Via een kanaaltje loopt het overtollige zout naar de neusholte waar het door de neusgaten wordt uitgescheiden.

De drieteenmeeuw is een belangrijke indicator voor de kwaliteit van de Noordzee. Het aantal drieteenmeeuwen zegt iets over de mate van voedselbeschikbaarheid aan de oppervlakte. Er komen momenteel ongeveer 80.000 drieteenmeeuwen voor op het Nederlands Continentale Plat. Dit aantal is de laatste jaren groeiende.

De vervuiling van het zeewater met allerlei giftige stoffen is een grote bedreiging voor zeevogels. Vooral olieslachtoffers, waarvan de meeste drieteenmeeuwen echter nooit het land zullen bereiken.