Het nazorgwerk bestaat uit een groot aantal taken: Het begint met het opzoeken van de nesten. Alleen als het nodig is worden ze gelijk gemarkeerd. Als de boer pas na uitkomstdatum van de eieren het land gaat bewerken hoeven geen stokjes geplaatst te worden. Als er vee in het land komt waar nesten liggen, worden nestbeschermers geplaatst. Om de vogels aan de beschermers te laten wennen worden ze meestal in een aantal stappen over het nest gezet. Vooral bij de grutto en de tureluur moet men de nestbeschermer zeer voorzichtig plaatsen.

Tijdens het maaien proberen de nazorgers zoveel mogelijk in het veld te zijn om te controleren of de eieren er nog liggen. Eventueel kunnen extra of grotere stokken geplaatst worden welke gelijk na het maaien weer worden opgeruimd. Als de wachter aanwezig is kan er voor gekozen worden de eieren uit het nest te halen en als de maaier voorbij is de eieren weer in hetzelfde nest te leggen. (Vooral bij de kievit). Meestal zal de boer om de gemarkeerde nesten heen maaien. Als er jonge vogels in het te maaien perceel lopen zet de wachter minimaal 24 uur voor het maaien stokken met plastic zakken om zo de jongen naar een ander perceel te “verjagen”.

Een goede registratie van de nesten en broedparen is ook een belangrijke taak. Dit gebeurt door middel van het provinciale digitale registratie systeem van de BFVW. Hier kunnen alle gegevens van de in het rayon voorkomende vogels, dus niet alleen de weidevogels, middels de “app”┬Łof per computer worden gemeld. Het gaat daarbij ook om zaken zoals predatie in het gebied, de overige vogelsoorten en eventuele bijzondere waarnemingen.

Naast de directe nazorgtaken is het belangrijk dat de nazorgers een goed contact hebben met de boeren in hun rayon. Hierbij spreekt het voor zich dat er onderling telefoonnummers bekend zijn.

Binnen de Vogelwacht Franeker e.o. zijn in 2017 120 wachters actief om op ongeveer 7000 hectares aan weidevogel bescherming te doen.